Geslacht en seksuele identiteit

Conceptueel kader

4 lagen in seksuele identiteit

  • biologisch geslacht
    • vastgesteld
      • fenotypisch (uiterlijke kenmerken) en/of
      • genetisch (aanwezigheid X- en/of Y-chromosomen) en/of
      • gonadaal (aanwezige geslachtsklieren (gonaden))
    • mogelijke waarden
      • man
      • vrouw
      • intersekse (zowel mannelijke als vrouwelijke kenmerken)
  • genderidentiteit
    • geen vaststaand gegeven, maar persoonlijke beleving die evolutief kan zijn (genderfluïditeit)
    • mogelijke waarden
      • man
      • vrouw
      • non-binair
  • genderexpressie
    • geen vaststaand gegeven, maar persoonlijke gedraging die evolutief kan zijn (genderfluïditeit)
    • mogelijke waarden
      • man
      • vrouw
      • genderneutraal
  • seksuele geaardheid
    • geen vaststaand gegeven, maar persoonlijke geaardheid die evolutief kan zijn
    • mogelijke waarden
      • heteroseksueel
      • homoseksueel/lesbisch
      • biseksueel
      • (asexueel)

Cisgender resp transgender: persoon met genderidentiteit en/of genderexpressie die wel resp niet overeenkomt met het biologisch geslacht

Geboorteouder: persoon die bevalt van een kind en daarna ook een ouderrol opneemt (kan ook non-binair persoon of transman zijn)
Geboortemoeder: partner in vrouwenkoppel dat kind gebaard heeft en daarna een ouderrol opneemt
Meemoeder: partner in vrouwenkoppel dat kind niet heeft gebaard en daarna een ouderrol opneemt
Draagouder: persoon die bevalt van een kind, maar daarna geen ouderrol opneemt

Verouderd concept: transseksueel

Juridische omkadering

Wet van 10 mei 2007 betreffende de transseksualiteit

Wet van 25 juni 2017 tot hervorming van regelingen inzake transgenders wat de vermelding van een aanpassing van de registratie van het geslacht in de akten van de burgerlijke stand en de gevolgen hiervan betreft

Arrest 99/2019 van het Grondwettelijk Hof

Varia

2023 01 09 – Brief College OISZ – wijziging rijksregisternummer