Eerbetoon uitgesproken op de uitvaart van prof. dr. Jos Viaene

Geboren te Heule op 31 mei 1928 – Overleden te Holsbeek op 28 juli 2012

Het doet enorm pijn afscheid te moeten nemen van een monument als Jos Viaene. Hij was voor mij, en allicht voor velen van ons, een tweede vader. Wij, zijn discipelen, blijven verweesd achter, in het besef dat niets meer nog zal zijn zoals vroeger.

Met het verdwijnen van Jos Viaene verliest de universiteit van Leuven, en de hele wereld van het sociaal recht en de sociale geneeskunde één van haar meest originele denkers.

Jos hield van het multidisciplinaire. Van opleiding was hij jurist. Maar niet per toeval kwam hij terecht in de Faculteit Geneeskunde. Hij had ook een enorme interesse voor het historische en filosofische aspect. En al heel vroeg had hij inzicht in de enorme mogelijkheden van de informatica. Zo kwam ik trouwens met hem in contact. Toen ik als student rechten in 1983 iemand zocht die me wou begeleiden in een seminariewerk over de toepassingsmogelijkheden van informatica in het recht, was Jos de enige die me niet als een alien beschouwde en er ten volle in geloofde. Onze samenwerking heeft geleid tot de oprichting van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, die inmiddels door de Verenigde Naties als internationale best practice wordt beschouwd.

Hét handelsmerk van Jos was outside-the-box denken, buiten de lijntjes kleuren. Maar niet vrijblijvend. Om de wereld te verbeteren en rechtvaardiger te maken. Hij wist zijn weloverwogen en grondig doorgesproken, vernieuwende ideeën haarfijn neer te schrijven. De wet op de beroepsziekten van 1963 droeg onmiskenbaar zijn stempel en bevatte reeds ideeën van preventie en herstel van schade in plaats van passieve vergoeding. Die filosofie werkte hij met Dirk Lahaye en Josse Van Steenberge verder uit tot de bekende schadeleer, geconcretiseerd in de trilogie “Schade aan de mens”, die als een mijlpaal moet gezien worden in de evaluatie van de menselijke schade. De principes ervan werden overgenomen in de voorstellen van de Koninklijke Commissie voor de Hervorming van de Sociale Zekerheid o.l.v. Roger Dillemans en Pierre van der Vorst.

Het is typisch dat één enkele alinea uit het aggregaatsproefschrift van Jos de inspiratie was voor de invoering van de multifunctionele RSZ-aangifte, waarvan het Planbureau heeft berekend dat het de ondernemingen jaarlijks meer dan een miljard euro aan onnodige administratieve lasten bespaart. Dat hij met al deze ideeën zijn tijd ver vooruit was en op een aantal vlakken nog altijd is, hoeft geen betoog. Samen met zijn echtgenote Alphonsine Maesschalk publiceerde hij ook zeer oorspronkelijke bijdragen over onder meer de architectuur van de stadhuizen van Brussel en Leuven, en over het Van Dalecollege. Ook hier doorprikte hij zonder pardon een aantal lokale geschiedkundige dogma’s.

Maar Jos vergenoegde zich niet met ideeën. Hij had de overtuigingskracht en het organisatorisch talent om ze om te zetten in daadkrachtige realisaties. Als hij na grondige analyse en kritische toets overtuigd was van de juistheid van de inzichten, werkte tegenstand op hem meer als een stimulans dan als een rem. Dat die weerstand van het establishment kwam, kon hem als stoere West-Vlaming niet deren. Om de praktische haalbaarheid en de logica van het nieuwe schadedenken te illustreren, werd zowel in Leuven als in Antwerpen een Werkgroep voor Evaluatie van Menselijke Schade (W.E.M.S.) opgericht, waarvan de resultaten in boekvorm werden gepubliceerd in de “Reeks Menselijke Schade”, die ook in Nederland veel bijval genoot. Wanneer de ondersteunende informatica-organisatie van de sociale zekerheid in 1989 door een te ouderwets beleid het vertrouwen van heel veel instellingen van sociale zekerheid was verloren en het informatiseringsplan in het gedrang dreigde te komen, trok Jos er op zijn 60e naartoe om het vertrouwen te herstellen. 5 jaar later waren alle instellingen terug enthousiaste leden.

Jos was ook een meesterlijke coach. Hij gaf mensen die zich wilden inzetten enorme kansen en veel menselijke warmte. Hij koesterde hen als zijn eigen kinderen. Hij dwong hen tot zelfkritiek, zette ze aan om de zaak vanuit zoveel mogelijk gezichtshoeken te bekijken, deed ze nadenken tot het hele plaatje klopte. Kortom, hij haalde het beste uit degenen met wie hij discussieerde. Op de Speelberg bij Jos en Alphonsine was je altijd welkom als je intellectuele zuurstof nodig had. En na enkel uren ging je er steevast weg met nieuwe inzichten waartoe Jos je gebracht had. Niet opdringerig, maar door de juiste vragen te stellen en je registers open te trekken. Het voelde telkens alsof er enkele hersenbanen waren bijgekomen. En dat werkte enorm aanstekelijk. Jos was uniek en authentiek, uitnodigend maar confronterend. Vele honderden preventieadviseurs kregen tijdens hun opleiding overigens de leer van Viaene onderwezen door één van zijn vele discipelen. Zo sijpelde zijn preventieleer langzaam door in alle ondernemingen. De theorie vormde recentelijk ook het uitgangspunt voor nieuwe bachelor- en masteropleidingen in de veiligheidswetenschappen.

Er zijn twee soorten mensen: zij die profiteren of pluimen op hun hoed steken die ze niet verdienen, en zij die de boel draaiende houden, en belangeloos, niet aflatend, het maatschappelijk weefsel van aftakeling behoeden. Jos Viaene was van de laatste soort: wie een zweem van belangenvermenging vertoonde werd zonder medelijden afgevoerd. Integriteit, intellectuele en morele eerlijkheid, waren voor hem het hoogste goed.

Je wordt er niet rijk mee, maar het is het privilegie van de integere man te mogen heengaan uitsluitend omringd door mensen die hem oprecht genegen zijn.

Slaap zacht, Jos.

Aanbevolen lectuur

VIAENE, J. Schade aan de mens III. Evaluatie van de gezondheidsschade, Antwerpen-Amsterdam, Maarten Kluwers Internationale Uitgeversonderneming, 1976, 709 p. (ISBN 197619976)

VIAENE, J., LAHAYE, D. en VAN STEENBERGE, J., “Een laatste bijdrage tot synthese van de schadeleer ? Aanloop tot het opstellen van een glossarium”, in VAN LANGENDONCK, J., Liber Amicorum Roger Dillemans II. Socialezekerheidsrecht, Antwerpen, Story-Scientia, 1997, 465-515. (ISBN 905583291X)

Share